dinsdag 7 januari 2014

Herschikkelijkheid

Gisteren kwam ik het begrip "antifragile" (antifragiel) van Nicholas Taleb tegen. Antifragiel is het tegenovergestelde van fragiel. Iets wat fragiel is, gaat bij de minste verstoring al kapot, Iets wat antifragiel is, wordt juist sterker door verstoringen. Denk maar aan de frase "what doesn't kill you makes you stronger". Antifragiel gaat verder dan robuust of flexibel, want iets wat robuust en/of flexibel is wordt niet per se sterker door een verstoring.

Ik heb het boek "Antifragiel" van Taleb nog niet gelezen - dus dit is absoluut geen definitief oordeel - maar toch vraag ik me af of antifragiel wel zo'n gelukkig gekozen term is. Het suggereert zo'n scherpe tweedeling: iets is fragiel of antifragiel. Bovendien vraag ik me af of iets sterker kan worden door verstoring op zich. Is het niet eerder zo dat iets sterker kan worden als antwoord op een verstoring? (Het is misschien beter om de neutrale term prikkel te gebruiken in plaats van verstoring.)


Neem bijvoorbeeld krachttraing. Men is geneigd te denken dat je sterker wordt van het trainen zelf, maar dat is niet zo. Je wordt niet sterker van de trainingsprikkel op zich. Het gaat erom hoe je lichaam op die prikkel reageert en dat wordt weer bepaald door je voeding en hormoonhuishouding (vrouwen ontwikkelen daardoor minder spiermassa dan mannen). Daarbij is het ook belangrijk dat je je lichaam de tijd en de rust geeft om zich te versterken. Je moet je training dus goed doseren.

In plaats van 'antifragiel' kun je misschien beter spreken over 'herschikkelijkheid'. Zover ik weet bestaat dat woord nog niet, maar ik zou het willen definiƫren als het vermogen van een systeem om zich te herschikken na blootstelling aan een prikkel.

Zoals ik het zie zijn er vier voorwaarden voor herschikkelijkheid:

  1. Tijd. Herschikken neemt een bepaald tijdsbestek in beslag. 
  2. Energie. Herschikken is een proces en het vraagt dus energie om het proces in gang te zetten en aan de gang te houden. 
  3. Materie. Dit is tweeledig: het kan slaan op de tools die nodig zijn voor het herschikken, maar ook op bouwstenen. In het voorbeeld van krachttraining zijn dat de extra eiwitten die nodig zijn voor spieropbouw. 
  4. Organisatie. Herschikken is een regelproces met feedbackloops etc.
Een systeem is herschikkelijk als het wat betreft bovengenoemde voorwaarden over ruime reserves beschikt. Zoals Taleb terecht stelt, is redundantie essentieel.

Het vreemde feit doet zich voor dat herschikkelijke systemen een bepaalde hoeveelheid prikkels nodig hebben om te gedijen. Om terug te komen op de spieren: het is bekend dat spieren verzwakken als zij niet belast worden. Toch moet goed in gedachten gehouden worden dat herschikking alleen mogelijk is als het systeem over voldoende tijd, energie, materie en organisatievermogen beschikt. Teveel prikkels leiden onvermijdelijk tot achteruitgang en afbraak.

Herschikkelijkheid is niet hetzelfde als veerkracht. Veerkracht is iets passiefs. Herschikkelijkheid is daarentegen een actief proces. Een rietstengel die buigt in de storm en zich weer opricht als de wind is gaan liggen heeft veerkracht. Een natuurgebied dat zich herstelt na een bosbrand is herschikkelijk.

Het is ook niet hetzelfde als aanpassingsvermogen. Een systeem met aanpassingsvermogen slaagt er goed in tegemoet te komen aan de eisen die de omgeving stelt. Een herschikkelijk systeem gaat verder dan aanpassen aan de omgeving; het verandert de omgeving op zijn beurt. De scheikundige James Lovelock heeft bijvoorbeeld aangetoond dat het leven zich niet alleen heeft aangepast aan de omstandigheden op aarde; het heeft op zijn beurt de zee, de atmosfeer en het land actief vormgegeven.

Een Engelse vertaling van herschikkelijkheid zou "rearrangeability" kunnen zijn (The ability to rearrange).


Geen opmerkingen:

Een reactie posten