woensdag 1 april 2020

Complottheorieën


Nu de hele wereld in de greep is van het corona virus, zijn complottheorieën niet van de lucht. Het lastige met complottheorieën is dat hetgeen gesteld wordt lastig met zekerheid is uit te sluiten.

Toch is het - Bertrand Russel parafraserend - onwenselijk dingen voor waar aan te nemen als daar geen goede reden voor is.

De vraag is alleen: hoe herken je een complottheorie?

Het volgende valt op:
  1. Er worden booswichten geïdentificeerd.
  2. De bedoelingen van deze booswichten worden in detail beschreven.
  3. De plannen van de booswichten zijn vaak uiterst complex en aan werkelijk alles is gedacht.

Op zich is het natuurlijk zo dat er mensen zijn die te kwader trouw zijn en dat deze met elkaar kunnen samenspannen om bepaalde dingen te bereiken. In die zin zijn complotten een reële mogelijkheid. Maar de vraag is: hoe kan een complottheoreticus nou precies weten wat de vermeende booswichten precies denken en willen? Kan hij gedachten lezen? En hoe kan het nou dat de plannen van de schurken altijd zo goed uitpakken; we weten allemaal dat de werkelijkheid zeer weerbarstig is en dat dingen maar hoogst zelden precies volgens plan gaan, zou dat voor de slechteriken dan niet anders zijn?

Al met al voelen complottheorieën veelal aan als slechte verhalen, met gekunstelde plots en ongerijmdheden die met ad hoc hypothesen weg worden verklaard. 

Ten aanzien van complottheorieën is het scheermes van Occam zeer goed bruikbaar: geef de voorkeur aan de verklaring die op de minste extra aannames moet steunen. Het garandeert niet dat wat je denkt ook juist is, maar het is een goed middel tegen de menselijke neiging er van alles maar bij te verzinnen. 





maandag 24 februari 2020

Lifespan: The Information Theory of Aging



"Redelijke mensen proberen zich aan de werkelijkheid aan te passen. Onredelijke mensen proberen voortdurend de werkelijkheid aan zichzelf aan te passen. Daarom is alle vooruitgang te danken aan onredelijke mensen." - George Bernard Shaw

Een bekend gezegde luidt: "ouderdom komt met gebreken". Maar waarom is dat zo?

De afgelopen decennia is er veel wetenschappelijk onderzoek naar veroudering uitgevoerd, en inmiddels kan men nauwkeurig beschrijven wat er fysiologisch gezien gebeurt (afnemende werking mitochondriën, verkorting telomeren, ontstaan van senescente 'zombie' cellen, etc.). Maar hoe waardevol deze kennis ook is, iets nauwkeurig beschrijven geeft nog geen antwoord op de vraag waarom het überhaupt gebeurt. Een echt bevredigende verklaring was er tot op heden niet. Ik denk dat daar twee belangrijke redenen voor zijn: 1) de 'slijtage' metafoor en 2) de diepgewortelde overtuiging dat veroudering onvermijdelijk is en nu eenmaal bij het leven hoort.

De slijtage-metafoor lijkt op het eerste gezicht heel plausibel. Gebruiksvoorwerpen slijten door gebruik, en op een gegeven moment zijn ze rijp voor de schroothoop. Maar er is een belangrijk verschil tussen een levend lichaam en een levenloos apparaat: een lichaam kan zichzelf herstellen, een levenloos voorwerp kan dat niet (een auto kan niet zelf een kras in de lak doen verdwijnen, je lichaam kan een snee in je vinger wel doen genezen). Dat alleen al maakt de slijtage-metafoor discutabel.

Ook op het idee dat veroudering nu eenmaal bij het leven hoort valt zeker wat af te dingen. Want hoewel veroudering een universeel biologisch verschijnsel is, is er geen enkele natuurwet die gebiedt dat elk levend wezen moet verouderen. Dat blijkt al uit het bestaan van uitzonderingen: de zoetwaterpoliep vertoont bijvoorbeeld geen enkel teken van veroudering. Een willekeurige zoetwaterpoliep kan 1 jaar of 1000 jaar oud zijn; dat kan op geen enkele wijze vastgesteld worden.

Hoe dan ook: het rotsvaste geloof in de onvermijdelijkheid van veroudering blokkeert het creatieve denkproces dat nodig is om tot echte doorbraken te komen. Het ontbreekt daardoor aan de koppige vastbeslotenheid die nodig is om de echt harde noten te kunnen kraken.

Toch lijkt het erop dat er momenteel een doorbraak gemaakt wordt . Vorig jaar publiceerde dr. David Sinclair het boek "Lifespan: why we age and why we don’t have to”. Hij en zijn onderzoeksteam leggen zich niet neer bij de status quo, maar zijn duidelijk vastbesloten om iets aan veroudering te doen.


Lifespan


Globaal komt het betoog van Sinclair erop neer dat veroudering veroorzaakt wordt door informatieverlies. Dit vraagt om enige toelichting:

Elke cel in het lichaam heeft exact hetzelfde genoom (dat wil zeggen: dezelfde genetische code in het DNA), maar een levercel is duidelijk heel anders dan bijvoorbeeld een zenuwcel. Het type cel wordt uiteindelijk bepaald door welke genen actief zijn, en welke stil worden gehouden. Dit wordt het epigenoom genoemd. Volgens Sinclair raakt het epigenoom – dus het aan/uit patroon van genen – in de loop van het leven steeds meer in de war, waardoor de cellen steeds slechter gaan functioneren. Veroudering dus. Het is een beetje zoals een concertpianist die aanvankelijk virtuoos speelt, maar steeds meer fouten maakt tot het uiteindelijk een grote kakofonie wordt.

In essentie is het dus eenvoudig: herstel de epigenetische informatie (dus zorg ervoor dat het aan/uit patroon weer goed is) en het resultaat is verjonging. Natuurlijk is de werkelijkheid veel weerbarstiger, en moet er nog een hoop uitgezocht worden. Maar er worden momenteel wel grote stappen gemaakt, want in het lab van Sinclair is men er in geslaagd om muizen zowel sneller als langzamer te doen verouderen en men is er zelfs in geslaagd om gedegenereerde oogzenuwen bij oude muizen weer te herstellen. Deze oogzenuwen functioneren weer net zo goed als toen de muizen nog jong waren. Dit wijst erop dat werkelijke omkering van het verouderingsproces – in ieder geval op weefselniveau – in principe mogelijk is.

Ik denk dat dit onderzoek van enorm groot belang is. Niet alleen zorgen functieverlies en jarenlange chronische ziekte voor veel persoonlijk leed, ook wordt het een steeds groter maatschappelijk probleem in verband met de stijgende zorgkosten. Dat is ook de reden dat ik anderen graag hierover vertel, in de hoop dat het maatschappelijk draagvlak voor dit soort onderzoek steeds groter wordt. Hopelijk zullen dan steeds meer knappe koppen zich over het vraagstuk van veroudering buigen. Sinclair benadrukt overigens dat het hem niet te doen is om onsterfelijkheid te realiseren, hij wil alleen dat iedereen gezond en vitaal is en blijft, hoe lang hij of zij ook leeft.

Hoewel nog moet blijken of de notie echt klopt, is het sowieso een briljante gedachtesprong van Sinclair om de informatietheorie van Claude Shannon erbij te betrekken. Het is een fascinerend idee dat hetzelfde theoretische kader dat het mogelijk heeft gemaakt dat e-mails vrijwel altijd goed aankomen, wellicht zal helpen bij het oplossen van het vraagstuk van het verouderingsproces. En om terug te komen op de slijtage-metafoor; als het centrale idee klopt - namelijk dat veroudering berust op informatieverlies - dan lijkt veroudering veel meer op het bekende fluisterspel (waarbij de oorspronkelijke boodschap uiteindelijk onherkenbaar verandert) dan op het slijtageproces van bijvoorbeeld een auto.

Uiteraard zijn er ook ethische kwesties; want stel: uiteindelijk is veroudering ongedaan te maken. Hoe ga je als samenleving bijvoorbeeld om met mensen die om principiële redenen niets tegen veroudering willen doen? Onvermijdelijk zullen zij dan allerlei gezondheidsklachten krijgen en niet meer kunnen werken. Voor wiens rekening komen dan de kosten? En als iedereen heel lang blijft leven, zal dat dan tot overbevolking leiden? (Sinclair acht dit niet waarschijnlijk, hij wijst daarbij op de correlatie tussen een hogere levensverwachting en een lager geboortecijfer). Deze en andere kwesties brengt Sinclair ter sprake in zijn boek. Hij geeft geen definitieve antwoorden, maar hij kaart het aan omdat hij het belangrijk vindt dat er nu al over wordt nagedacht. Het is heel goed dat hij dat doet, want hoewel ouderdom een vloek is die ons uiteindelijk allemaal treft, hoeft het wegnemen van die vloek nog niet automatisch een zegen te zijn.

Alvorens het boek te lezen (iets wat ik absoluut aanraad) is het misschien een goed idee om deze lezing van Sinclair te bekijken. Het is een goede inleiding op het boek ( het duurt ongeveer een half uur, de rest van de tijd beantwoord hij vragen uit het publiek).








zaterdag 8 februari 2020

Buitengewone Beweringen, Buitengewone Bewijzen


Een van de uitgangspunten van het kritisch denken is dat buitengewone beweringen om buitengewone bewijzen vragen. Dit wordt ook wel aangeduid als de Sagan-standaard (genoemd naar de astronoom Carl Sagan). Eveneens staat het bekend als het ECREE-aforisme (Extraordinary claims require extraordinary evidence).

Zoals ik het begrepen heb, is plausibiliteit het criterium. Hoe minder plausibel de bewering, hoe buitengewoner die bewering is. Maar hoe kan ik de plausibiliteit van een bewering beoordelen? Ik zou kunnen nagaan in hoeverre de bewering rijmt met reeds bestaande kennis waarvan de juistheid in hoge mate aangetoond is. Maar dit werpt weer een ander probleem op: ten aanzien van heel veel kennisgebieden ben ik op zijn best een redelijk geïnformeerde leek, maar in veruit de meeste gevallen ben ik volkomen onwetend. Dat maakt het goed hanteren van de Sagan-standaard voor mij behoorlijk lastig.

Daarom stel ik voor niet in eerste instantie de plausibiliteit van een bewering als maatstaf te nemen, maar de implicaties ervan. Als iemand bijvoorbeeld beweert dat God tot hem of haar spreekt, dan kan dat wel of niet waar zijn. Behalve voor die persoon zelf, maakt dat verder niet zoveel uit voor mij of ieder ander. Maar als die persoon stelt dat God geboden heeft dat iedereen zich voortaan alleen te voet mag verplaatsen, en dat het gebruik van elk ander vervoersmiddel streng verboden is, dan heeft dat zeer verstrekkende implicaties. Dan mag – en moet zelfs – extreem sterk bewijs verlangd worden.

Hetzelfde geldt voor therapieën. Als gezegd wordt dat bijvoorbeeld de inname van knoflook de duur en intensiteit van verkoudheid bekort, dan volstaat wat mij betreft anekdotisch bewijs. Aanvullend wetenschap onderzoek zou welkom zijn, maar ik zou geen hele hoge eisen stellen aan de kwaliteit van die studie. Maar als wordt gezegd wordt dat de inname van knoflook een bepaalde agressieve vorm van kanker kan genezen, dan heeft dat verstrekkende implicaties, en mag dus buitengewoon bewijs verlangd worden.

donderdag 2 januari 2020

Buiten De Gebaande Paden Dansen


"If the change of state from the present state takes place in a strongly preferred direction then you are in a pattern, on a road, along a track, etc."
- Edward de Bono's Textbook of Wisdom #26

Het is erg moeilijk om uit een stramien van geijkte moves te breken. Ik bemerk een drempel:
1. In mezelf (als lead)
2. In de follow

(De lead is degene die de dans leidt, de follow is degene die volgt. Traditioneel is de man de lead en de vrouw de follow, maar er lijkt de laatste jaren een trend te zijn dat deze rolverdeling steeds minder strikt aan geslacht gebonden is, vooral in de zouk is dat het geval).

Ad 1: Voor mijzelf is het een exploratie-exploitatie uitruil; uit zorg dat de follow de dans niet leuk vindt, kies ik voor moves die ik goed beheers, waarvan ik weet dat die wel goed zullen gaan (exploitatie van het bekende). Exploratie van onbekende moves voelt riskanter.

Ad 2: De drempel bij de follow kan verschillende oorzaken hebben, ik ben daar nog niet helemaal uit. Ik denk in ieder geval aan “anticiperend volgen”, de basis niet goed op orde hebben (slordig voetenwerk). Daarbij is het duidelijk dat lang niet elke follow even astute is.

Maar waarom zou je überhaupt uit het stramien van geijkte moves willen breken?
Omdat dansen in essentie een creatief proces is. Je zit in het leven van alle dag vaak al in zo’n keurslijf. Er is behoefte aan spel, exploratie, avontuur en de teugels laten vieren.

Als je je beperkt tot een select aantal moves, laat je grote delen van de choreoscape (= de verzameling van alle mogelijke moves in een dans) onbenut en onontdekt. Toegegeven, sommige moves in de choreoscape zijn biomechanisch ongunstiger, of zijn voor de hersenen coördinatief lastiger aan te sturen. Maar veel mogelijke moves zijn eigenlijk best goed te doen, zoals de inverted circulare in de zouk, of de Cross Body Lead (eigenlijk een salsamove) in de Bachata. Maar we zijn het gewoon niet gewend, daarom gaat het vaak niet lekker als je die moves toch gaat doen.

De spirit van een dans is niet gebonden aan een specifieke set van moves. Dus je kunt best moves uit bijvoorbeeld de salsa in de bachata incorporeren en vice versa, zonder daarbij de spirit van die dansen geweld aan te doen. Je repertoire is daarmee enorm verrijkt.

Onderstaande video geeft een indruk van hoe het eruit ziet als je moves uit de ene dans in de andere dans toepast:






Maar hoe pak je dat als lead aan? Hoe werk je naar het buiten de gebaande paden dansen toe?
Bedenk: je leidt zowel jezelf als de follow uit de comfortzone. Noodzakelijke voorwaarden daarvoor:
1. Gronding
2. Centrering
3. Connectie

Ad 1: Dit begint bij het voetenwerk, dit moet bij beide partners onberispelijk zijn, anders raak je uit balans.

Ad 2: Hiervoor moeten mentale en emotionele rust gewaarborgd worden.

Ad 3: Op fysiek vlak is een goed frame noodzakelijk. Op sociaal-emotioneel vlak is wederzijds vertrouwen nodig.

Concreet kun je het als volgt aanpakken:
Dans een tijd in de basis – echt alleen in de basis, geen andere moves. Varieer in richting: ga in de zouk en salsa bijvoorbeeld niet alleen naar voor en naar achteren, ga in de bachata niet alleen zijwaarts, maar stap alle kanten op. Uiteraard moet je eigen voetenwerk helemaal op orde zijn, maar als je merkt dat er bij de follow daar wat aan schort, dan kun je helpen door nonverbaal te accentueren met subtiele bewegingen; je kunt bijvoorbeeld de tap in de bachata wat meer accentueren, of je verplaatst iets nadrukkelijker je gewicht tijdens de passen. Maar houd dit subtiel, anders breng je de follow uit balans, of breng je haar/hem in de war.

In bijvoorbeeld de bachata kun je het als volgt doen:
1. Dans de basis in de gebruikelijke richting (zijwaarts).
2. Blijf de basispas doen, maar varieer in richtingen, wees hierin creatief.
3. Dans nu de basis op de plaats.
4. Als je voelt dat zowel jij als de follow er klaar voor zijn, doe dan het volgende:




(Voor info over hoe deze notatie te lezen, zie Danspassen onthouden met FootScript.)

Feitelijk is dat de basis zoals die in de salsa gedaan wordt (alleen tap je nu op t4 en 8).
Van daaruit is het makkelijk om typische salsamoves te doen, zoals bijvoorbeeld de Cross Body Lead.

Tot slot suggesties voor het verbeteren van je eigen voetenwerk: 
Het is een goed idee om veel thuis solo te oefenen. Zet muziek aan en experimenteer met alle mogelijke variaties van de basispas.
Een goede oefening is bijvoorbeeld de afwas doen en ondertussen de basis van een dans op de plaats te doen, hierdoor ontwikkel je het vermogen om je bovenlichaam en benen onafhankelijk van elkaar te bewegen. 

Een andere goede oefening is touwtjespringen. Het versterkt je gevoel voor ritme en timing. Dit komt hoofdzakelijk omdat je niet kunt smokkelen; als je iets niet goed doet dan gaat het gewoon meteen verkeerd. Het touw geeft je dus rechtstreekse feedback. Ik merk dat mijn voetenwerk in het dansen veel beter is geworden sinds ik dat veel doe. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, ook boksers doen van oudsher aan touwtjesspringen om hun voetenwerk te verbeteren. 
Een waarschuwing: bouw het wel rustig op, want als je begint met touwtjespringen dan is dat met name voor je pezen een grote extra belasting, zeker omdat je als beginner geneigd bent veel te hoog te springen (gevorderden komen niet meer dan 3-5 cm van de grond). De pezen hebben relatief veel tijd nodig om zich aan te passen. 
Als je met het springtouw aan de slag wil gaan, dan kun je op de Youtubekanalen van Rush AthleticsJump Rope Dudes en Jump 15  uitstekende tutorials vinden. 




dinsdag 31 december 2019

Jahreswechsel Schmerz

Zoals elk jaar roept de jaarwisseling bij vlagen gevoelens van neerslachtigheid bij mij op. Ik noem dat Jahreswechsel Schmerz. 

Daar verbaas ik mezelf altijd over, want per slot van rekening is de jaarwisseling slechts een denkbeeldig iets, het is eigenlijk niet meer dan een idee. Er is op zich niets bijzonders aan het moment dat wij aanduiden als 01 januari 00:00 uur, maar we zijn er enorm veel betekenis aan gaan hechten, alsof er dan een totaal nieuw begin is. 

Maar feitelijk gebeurt er op dat moment niets anders dan:

nieuw jaartal = huidig jaartal + 1

En die som bestaat alleen in onze hoofden en in de door ons geprogrammeerde systemen. Het heeft verder geen enkel bestaan in de fysieke realiteit. 

Ik kan er niet omheen dat Oud en Nieuw met een hele hoop drukte gepaard gaat. Evenmin kan ik mij onttrekken aan de administratieve implicaties van de jaarwisseling. Wel kan ik ervoor kiezen dat ik mij niet al te zeer terneer laat drukken door iets wat eigenlijk niets meer is dan een idee. 

zaterdag 1 december 2018

Fouten Analyse


Dit zijn ideeën die ik heb over het goed omgaan met fouten:

Definitie:
Er is sprake van een fout als dingen anders lopen dan de bedoeling was en als dat tot ongewenste gevolgen heeft geleid.

Het is belangrijk om goed met fouten om te gaan. Dat begint ermee door fouten onder ogen te zien. Alleen dan kun je ervan leren. Daarbij is het ook belangrijk om in te zien dat een fout altijd voortkomt uit een samenloop van meerdere factoren. Fouten moeten niet bestraft worden, maar betrokkenen moeten wel zoveel mogelijk gestimuleerd worden verantwoordelijkheid te nemen. In een klimaat waarin er naar schuldigen gezocht wordt, neigen mensen ertoe hun fouten te proberen te verbergen. Personen bestraffen als er dingen fout gaan, is uiteraard wel op zijn plaats wanneer er sprake is van nalatigheid of zelfs moedwillige sabotage. 

Globale opzet van een foutenanalyse: 

• Wat is er fout gegaan?
• Hoe is dat zo gekomen? (welke samenloop van omstandigheden heeft ertoe geleid dat het fout ging?)
 Hoe werd de fout ontdekt?
 Wat zijn de gevolgen van de fout?
 Hoe ging het oplossen van de problemen die het gevolg van de fout waren?
 Werd de fout ontdekt voor- of nadat de gevolgen intraden?
Antwoord op bovenstaande vragen zijn uitgangspunten voor verbetering van het foutenmanagement:
 Preventie 
 Detectie 
 Herstel

zondag 25 oktober 2015

Psychomotorische Struikelblokken

In zijn boek "Zen en de kunst van het motor onderhoud" (hoofdstuk 26) benoemt Robert Pirsig een aantal psychomotorische struikelblokken:

Slecht gereedschap
Men zegt wel eens: goed gereedschap is het halve werk. En zo is het ook. Je kunt beter goed 2e hands gereedschap hebben dan slecht nieuw.

Slechte werkomgeving
Met name verlichting is belangrijk; je kunt er veel vergissingen mee voorkomen. Je maakt nu eenmaal meer fouten als je het allemaal niet goed kunt zien. Bovendien wordt je sneller moe. Een beetje lichamelijk ongemak is onvermijdelijk, maar het moet niet te gek worden. Zorg daarom voor een prettige lichaamshouding. Let op de temperatuur: als het te koud is dan ga je gehaast werken en als het te warm is dan wordt je woededrempel verlaagt.

Spierongevoeligheid
Hiermee doelt Pirsig op een gebrek aan gevoel voor materialen. Het is het 'fingerspitzengefühl'. Je moet gevoel hebben voor de elasticiteit van materialen, maar ook voor de weekheid ervan. Oppervlakken kunnen weinig hebben. Hou hier rekening mee als je met precisie onderdelen werkt. gebruik in zulke gevallen gereedschappen van een zachter materiaal.

Er zijn ook struikelblokken die meer betrekking hebben op de perceptie en het denken:

Eigendunk
Hierdoor wordt je minder (zelf-) kritisch; je ziet nieuwe feiten niet. Je hebt een ego te verdedigen en een zelfbeeld te beschermen. Je geeft niet graag toe dat je het bij het verkeerde eind hebt. Wat helpt is om jezelf eraan te herinneren dat je echt niet minderwaardig wordt als je een fout maakt. Iedereen maakt wel eens fouten. Daarbij bieden fouten je juist de mogelijkheid te leren.

Angst
Bang zijn om fouten te maken komt door een combinatie van een te grote motivatie en zelfonderschatting. Goede remedie: schrijf in een dagboek over je angst.

Verveling
Als je je gaat vervelen, dan moet je even wat anders gaan doen. ga film kijken, slapen of een kop koffie drinken.

Ongeduld
Dit is een gevolg van een te optimistische inschatting van de benodigde tijd. Houd de wet van Hofstadter in gedachten: "alles duurt langer dan je denkt, zelfs als je rekening houdt met de wet van Hofstadter". Daarnaast hecht je misschien teveel belang aan je takenpakket; je hebt het gevoel dat je erg veel te doen hebt en daarom wil je de dingen zo snel mogelijk af hebben. Misschien niet zo'n heel aangenaam advies, maar bedenk dat je op een dag zult sterven. Jij kunt dan niet langer alle dingen doen waarvan je vindt dat je die moet doen. En toch zal ook zonder jou de wereld gewoon blijven doordraaien. 'Memento mori' (gedenk te sterven). Dat helpt je te relativeren.  


Als je bij het uitvoeren van je werkzaamheden merkt dat dingen niet lekker lopen, kun je het overzicht van bovenstaande struikelblokken gebruiken om na te gaan waar dat aan kan liggen en wat je er aan kunt doen.