zondag 28 november 2021

Rejuvenatica / Rejuvenatics

Aanduidingen als "anti-aging" en "age reversal" vind ik niet zo geslaagd. Volgens mij roept het bij velen op voorhand al weerstand op. 

Misschien is het een idee om de onderzoeksdiscipline die er speciaal op gericht is om een toestand van negligible senescence* te bereiken, aan te duiden met het woord "rejuvenatica" of "rejuvenatics" in het Engels. Zover ik heb kunnen nagaan zijn deze woorden als zodanig nog niet in gebruik. Het is uiteraard afgeleid van het Engelse woord "rejuvenate", wat weer is afgeleid van het Latijn: re = opnieuw en iuvenis = jong. 



* Negligible senescence betekent in de Engelstalige literatuur de afwezigheid van enig teken van veroudering.

vrijdag 15 januari 2021

Is antiveroudering wel zo'n goed idee?

 

Eerder schreef ik op dit blog over het boek van David Sinclair (zie Lifespan: The Information Theory of Aging). In dit boek betoogt Sinclair dat het in theorie mogelijk moet zijn om het verouderingsproces te stoppen en zelfs terug te draaien. Sommigen (waaronder eerlijk gezegd ook ikzelf) worden heel enthousiast van dit idee. Veel anderen stuit het juist zwaar tegen de borst. Dat is begrijpelijk, want men kan legitieme bedenkingen tegen het anti-verouderingsstreven aanvoeren. Hierbij kun je denken aan vragen zoals:

Geeft de kortstondigheid van het bestaan niet juist zin en betekenis aan het leven?

Als oudere generaties niet op een gegeven moment het veld ruimen voor jongere generaties, ontstaat er dan geen algehele stagnatie in de samenleving?

Als iedereen heel lang blijft leven – honderden jaren of misschien zelfs langer – ontstaat er dan geen overbevolking?

Wordt langlevendheid niet iets wat straks alleen de rijken zich kunnen veroorloven?

Wat te denken van dictators die eindeloos aan de macht blijven?

Waarom tijd, geld en moeite besteden aan anti-verouderingsonderzoek, zijn er geen dringendere zaken die onze aandacht behoeven?

Op deze vragen wordt in het (Engelstalige) artikel 6 Pros and Cons of Immortality: The Ethics of Life Extension uitvoerig ingegaan. Naar mijn idee worden er steekhoudende argumenten tegen deze bedenkingen ingebracht. Nu is het wel zo dat ik zeer positief tegenover anti-veroudering sta, dus wellicht ben ik daardoor onvoldoende kritisch. Dus mocht je denkfouten in het artikel opmerken, of bekend zijn met wetenschappelijke studies die de argumenten van de schrijver ondergraven, voel je dan vrij om te reageren.






zondag 3 januari 2021

Aantekeningen maken met Flonotes

Ik maak zelf veel gebruik van wat ik "flonotes" noem. Deze techniek wordt door Scott H. Young beschreven, zie: Learn More, Study Less – Flow-Based Notetaking.


De techniek is dus zeker niet nieuw, maar de naam "flonotes" heb ik er zelf aan gegeven, omdat het veel compacter is dan "Flow-Based Notetaking". Voor wat betreft de uitspraak van het woord flonotes; het is een samenvoeging van de Engelse worden flow en notes

Ik heb gemerkt dat flonotes bijzonder behulpzaam kunnen zijn om meer helderheid te krijgen over een bepaald onderwerp. Als je ergens over nadenkt, dan kun je nogal eens in cirkels blijven rondgaan zonder dat je tot nieuwe inzichten komt. Maar als je je gedachten zichtbaar maakt op papier, dan kun je ineens gedachtesprongen maken die je anders wellicht nooit gemaakt zou hebben en verbanden leggen die je anders zouden zijn ontgaan. Dat is de grote kracht van flonotes maken. 

Ook is het leuk om na een tijd je flonotes weer terug te lezen, je kunt dan je denken stimuleren met gedachten die je eerder had. 

Bij mij zijn flonotes doorgaans een mix van dingen die ik gelezen of gehoord heb en eigen gedachten. 

Hieronder een voorbeeld van flonotes:







(Om het beter te kunnen lezen, is het wellicht handig om de afbeelding te downloaden.) 

zaterdag 26 december 2020

Kenmerken van de Reliminist

Het reliminisme is ‘open source’. Dat wil zeggen dat niemand het als intellectueel eigendom kan claimen. Eveneens betekent dit dat geen enkele persoon of organisatie aanspraak kan maken op enig gezag over andere reliministen. Het reliminisme sluit daarmee per definitie institutionalisme uit. Iedereen is vrij er haar/zijn eigen invulling aan te geven. Toch zullen er allicht kenmerken zijn die reliministen met elkaar gemeen hebben. Hieronder worden er een aantal genoemd.


1) Houding ten aanzien van leerstelligheid
De enige leerstelling die de reliminist zonder verder bewijs accepteert is die van de zowel transcendente als immanente Alziel. Verder zal hij geen dogma als waarheid aanvaarden, tenzij er deugdelijk bewijs voor is. Dit betekent dat de reliminist veel waarde hecht aan de wetenschappelijke methode. Verder weet hij dat hij met onzekerheid zal moeten leven, omdat we van veel dingen nooit echt zeker kunnen weten of ze nu waar zijn of niet.

2) Rituelen en geloofsbeleving
De reliminist voelt dat het belangrijk en waardevol is om uitdrukking te geven aan haar besef van de eenheid van alles, en zij weet dat rituelen daarbij kunnen helpen. Maar ze realiseert zich daarbij wel dat rituelen het leven nodeloos ingewikkeld kunnen maken. Zij kiest daarom voor eenvoudige rituelen. Die rituelen voert zij eerbiedig, serieus en vol overgave uit, maar ze houdt zich er verder niet krampachtig aan vast. Zij prefereert kleine oprechte gebaren boven plechtstatigheid.

3) Moraliteit en ethiek
Het reliminisme geeft geen morele code, zoals veel andere religies dat wel doen. Dat neemt niet weg dat de reliminist zich aangespoord voelt om veelvuldig en diepgaand te reflecteren op haar handel en wandel. Zij gaat daarvoor te rade bij de diverse overgeleverde wijsheidstradities. Verder zoekt zij dialoog met anderen om van hen te leren. Al doende ontwikkelt zij haar eigen visie op wat goed leven is en hoe ze daar in haar eigen leven vorm aan kan geven. Zij weet dat dit een levenslang, doorlopend proces is dat met vallen en opstaan gaat.

4) Gemeenschap
De reliminist weet dat het een ieder vrij staat om wel of niet de spirituele weg te bewandelen en dat dat iets is wat ieder voor zichzelf moet bepalen. In die zin ziet hij religie als een individuele aangelegenheid. Maar hij realiseert zich ook dat we uiteindelijk samen op weg zijn en dat geen mens een eiland is. Hij ziet in dat vrienden onmisbaar zijn – ook in spiritueel opzicht. De reliminist zoekt daarom altijd naar manieren om betekenisvolle vriendschappen met gelijkgestemden aan te gaan.

Deze lijst zal vast niet volledig zijn, maar zoals ik het nu zie, geeft het al een aardig beeld van wat het betekent om een reliminist te zijn.

vrijdag 18 december 2020

Reliminisme (= Religieus Minimalisme)

Enerzijds voel ik mij niet goed bij totale areligiositeit en atheïsme. Anderzijds ben ik te skeptisch ingesteld voor het aanhangen van een reguliere godsdienst. Daarom ga ik voor een religie die teruggebracht is tot een absoluut minimum aan geloofsartikelen en rituelen. Ik noem dit "Reliminisme", hetgeen een samenvoeging is van de woorden "religieus" en "minimalisme". Wie het reliminisme aanhangt kan dus een reliminist genoemd worden. Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn de woorden reliminisme (of  reliminism in het Engels) en reliminist nog niet in gebruik. 

Als geloofsartikel onderschrijf ik het volgende:
Er is een Alziel die alles doordringt en tegelijk ook alles overstijgt. Deze Alziel noem ik God (in feite is dit een vorm van panentheisme). Hieruit leid ik af dat alles met alles verbonden is en dat er in feite sprake is van een onderliggende eenheid. Ik aanvaard dit zonder daarvoor bewijs te verlangen; dit in verband met het Munchausen trilemma

Het Reliminisme lijkt op het eerste gezicht identiek aan het Ietsisme, maar toch is het niet hetzelfde. In het Ietsisme wordt in grote lijnen gesteld  'dat er wel iets van een hogere macht moet zijn'. 
Ten eerste kan men zich afvragen waaruit logischerwijs afgeleid kan worden dat er wel iets moet zijn. Ten tweede is het Reliminisme specifieker: er wordt expliciet van een Alziel gesproken, waarvan het bestaan zonder verdere bewijsvoering aanvaard wordt. 

Als ritueel doe ik het volgende:
Dagelijks druk ik in een gebed dankbaarheid uit voor de goede dingen in het leven. Tevens spreek ik het bekende Sereniteitsgebed uit.

Dat zal mijn godsdienst zijn. Niet meer en niet minder.

 

woensdag 1 april 2020

Complottheorieën


Nu de hele wereld in de greep is van het corona virus, zijn complottheorieën niet van de lucht. Het lastige met complottheorieën is dat hetgeen gesteld wordt lastig met zekerheid is uit te sluiten.

Toch is het - Bertrand Russel parafraserend - onwenselijk dingen voor waar aan te nemen als daar geen goede reden voor is.

De vraag is alleen: hoe herken je een complottheorie?

Het volgende valt op:
  1. Er worden booswichten geïdentificeerd.
  2. De bedoelingen van deze booswichten worden in detail beschreven.
  3. De plannen van de booswichten zijn vaak uiterst complex en aan werkelijk alles is gedacht.

Op zich is het natuurlijk zo dat er mensen zijn die te kwader trouw zijn en dat deze met elkaar kunnen samenspannen om bepaalde dingen te bereiken. In die zin zijn complotten een reële mogelijkheid. Maar de vraag is: hoe kan een complottheoreticus nou precies weten wat de vermeende booswichten precies denken en willen? Kan hij gedachten lezen? En hoe kan het nou dat de plannen van de schurken altijd zo goed uitpakken; we weten allemaal dat de werkelijkheid zeer weerbarstig is en dat dingen maar hoogst zelden precies volgens plan gaan, zou dat voor de slechteriken dan niet anders zijn?

Al met al voelen complottheorieën veelal aan als slechte verhalen, met gekunstelde plots en ongerijmdheden die met ad hoc hypothesen weg worden verklaard. 

Ten aanzien van complottheorieën is het scheermes van Occam zeer goed bruikbaar: geef de voorkeur aan de verklaring die op de minste extra aannames moet steunen. Het garandeert niet dat wat je denkt ook juist is, maar het is een goed middel tegen de menselijke neiging er van alles maar bij te verzinnen. 





maandag 24 februari 2020

Lifespan: The Information Theory of Aging



"Redelijke mensen proberen zich aan de werkelijkheid aan te passen. Onredelijke mensen proberen voortdurend de werkelijkheid aan zichzelf aan te passen. Daarom is alle vooruitgang te danken aan onredelijke mensen." - George Bernard Shaw

Een bekend gezegde luidt: "ouderdom komt met gebreken". Maar waarom is dat zo?

De afgelopen decennia is er veel wetenschappelijk onderzoek naar veroudering uitgevoerd, en inmiddels kan men nauwkeurig beschrijven wat er fysiologisch gezien gebeurt (afnemende werking mitochondriën, verkorting telomeren, ontstaan van senescente 'zombie' cellen, etc.). Maar hoe waardevol deze kennis ook is, iets nauwkeurig beschrijven geeft nog geen antwoord op de vraag waarom het überhaupt gebeurt. Een echt bevredigende verklaring was er tot op heden niet. Ik denk dat daar twee belangrijke redenen voor zijn: 1) de 'slijtage' metafoor en 2) de diepgewortelde overtuiging dat veroudering onvermijdelijk is en nu eenmaal bij het leven hoort.

De slijtage-metafoor lijkt op het eerste gezicht heel plausibel. Gebruiksvoorwerpen slijten door gebruik, en op een gegeven moment zijn ze rijp voor de schroothoop. Maar er is een belangrijk verschil tussen een levend lichaam en een levenloos apparaat: een lichaam kan zichzelf herstellen, een levenloos voorwerp kan dat niet (een auto kan niet zelf een kras in de lak doen verdwijnen, je lichaam kan een snee in je vinger wel doen genezen). Dat alleen al maakt de slijtage-metafoor discutabel.

Ook op het idee dat veroudering nu eenmaal bij het leven hoort valt zeker wat af te dingen. Want hoewel veroudering een universeel biologisch verschijnsel is, is er geen enkele natuurwet die gebiedt dat elk levend wezen moet verouderen. Dat blijkt al uit het bestaan van uitzonderingen: de zoetwaterpoliep vertoont bijvoorbeeld geen enkel teken van veroudering. Een willekeurige zoetwaterpoliep kan 1 jaar of 1000 jaar oud zijn; dat kan op geen enkele wijze vastgesteld worden.

Hoe dan ook: het rotsvaste geloof in de onvermijdelijkheid van veroudering blokkeert het creatieve denkproces dat nodig is om tot echte doorbraken te komen. Het ontbreekt daardoor aan de koppige vastbeslotenheid die nodig is om de echt harde noten te kunnen kraken.

Toch lijkt het erop dat er momenteel een doorbraak gemaakt wordt . Vorig jaar publiceerde dr. David Sinclair het boek "Lifespan: why we age and why we don’t have to”. Hij en zijn onderzoeksteam leggen zich niet neer bij de status quo, maar zijn duidelijk vastbesloten om iets aan veroudering te doen.


Lifespan


Globaal komt het betoog van Sinclair erop neer dat veroudering veroorzaakt wordt door informatieverlies. Dit vraagt om enige toelichting:

Elke cel in het lichaam heeft exact hetzelfde genoom (dat wil zeggen: dezelfde genetische code in het DNA), maar een levercel is duidelijk heel anders dan bijvoorbeeld een zenuwcel. Het type cel wordt uiteindelijk bepaald door welke genen actief zijn, en welke stil worden gehouden. Dit wordt het epigenoom genoemd. Volgens Sinclair raakt het epigenoom – dus het aan/uit patroon van genen – in de loop van het leven steeds meer in de war, waardoor de cellen steeds slechter gaan functioneren. Veroudering dus. Het is een beetje zoals een concertpianist die aanvankelijk virtuoos speelt, maar steeds meer fouten maakt tot het uiteindelijk een grote kakofonie wordt.

In essentie is het dus eenvoudig: herstel de epigenetische informatie (dus zorg ervoor dat het aan/uit patroon weer goed is) en het resultaat is verjonging. Natuurlijk is de werkelijkheid veel weerbarstiger, en moet er nog een hoop uitgezocht worden. Maar er worden momenteel wel grote stappen gemaakt, want in het lab van Sinclair is men er in geslaagd om muizen zowel sneller als langzamer te doen verouderen en men is er zelfs in geslaagd om gedegenereerde oogzenuwen bij oude muizen weer te herstellen. Deze oogzenuwen functioneren weer net zo goed als toen de muizen nog jong waren. Dit wijst erop dat werkelijke omkering van het verouderingsproces – in ieder geval op weefselniveau – in principe mogelijk is.

Ik denk dat dit onderzoek van enorm groot belang is. Niet alleen zorgen functieverlies en jarenlange chronische ziekte voor veel persoonlijk leed, ook wordt het een steeds groter maatschappelijk probleem in verband met de stijgende zorgkosten. Dat is ook de reden dat ik anderen graag hierover vertel, in de hoop dat het maatschappelijk draagvlak voor dit soort onderzoek steeds groter wordt. Hopelijk zullen dan steeds meer knappe koppen zich over het vraagstuk van veroudering buigen. Sinclair benadrukt overigens dat het hem niet te doen is om onsterfelijkheid te realiseren, hij wil alleen dat iedereen gezond en vitaal is en blijft, hoe lang hij of zij ook leeft.

Hoewel nog moet blijken of de notie echt klopt, is het sowieso een briljante gedachtesprong van Sinclair om de informatietheorie van Claude Shannon erbij te betrekken. Het is een fascinerend idee dat hetzelfde theoretische kader dat het mogelijk heeft gemaakt dat e-mails vrijwel altijd goed aankomen, wellicht zal helpen bij het oplossen van het vraagstuk van het verouderingsproces. En om terug te komen op de slijtage-metafoor; als het centrale idee klopt - namelijk dat veroudering berust op informatieverlies - dan lijkt veroudering veel meer op het bekende fluisterspel (waarbij de oorspronkelijke boodschap uiteindelijk onherkenbaar verandert) dan op het slijtageproces van bijvoorbeeld een auto.

Uiteraard zijn er ook ethische kwesties; want stel: uiteindelijk is veroudering ongedaan te maken. Hoe ga je als samenleving bijvoorbeeld om met mensen die om principiële redenen niets tegen veroudering willen doen? Onvermijdelijk zullen zij dan allerlei gezondheidsklachten krijgen en niet meer kunnen werken. Voor wiens rekening komen dan de kosten? En als iedereen heel lang blijft leven, zal dat dan tot overbevolking leiden? (Sinclair acht dit niet waarschijnlijk, hij wijst daarbij op de correlatie tussen een hogere levensverwachting en een lager geboortecijfer). Deze en andere kwesties brengt Sinclair ter sprake in zijn boek. Hij geeft geen definitieve antwoorden, maar hij kaart het aan omdat hij het belangrijk vindt dat er nu al over wordt nagedacht. Het is heel goed dat hij dat doet, want hoewel ouderdom een vloek is die ons uiteindelijk allemaal treft, hoeft het wegnemen van die vloek nog niet automatisch een zegen te zijn.

Alvorens het boek te lezen (iets wat ik absoluut aanraad) is het misschien een goed idee om deze lezing van Sinclair te bekijken. Het is een goede inleiding op het boek ( het duurt ongeveer een half uur, de rest van de tijd beantwoord hij vragen uit het publiek).








zaterdag 8 februari 2020

Buitengewone Beweringen, Buitengewone Bewijzen


Een van de uitgangspunten van het kritisch denken is dat buitengewone beweringen om buitengewone bewijzen vragen. Dit wordt ook wel aangeduid als de Sagan-standaard (genoemd naar de astronoom Carl Sagan). Eveneens staat het bekend als het ECREE-aforisme (Extraordinary claims require extraordinary evidence).

Zoals ik het begrepen heb, is plausibiliteit het criterium. Hoe minder plausibel de bewering, hoe buitengewoner die bewering is. Maar hoe kan ik de plausibiliteit van een bewering beoordelen? Ik zou kunnen nagaan in hoeverre de bewering rijmt met reeds bestaande kennis waarvan de juistheid in hoge mate aangetoond is. Maar dit werpt weer een ander probleem op: ten aanzien van heel veel kennisgebieden ben ik op zijn best een redelijk geïnformeerde leek, maar in veruit de meeste gevallen ben ik volkomen onwetend. Dat maakt het goed hanteren van de Sagan-standaard voor mij behoorlijk lastig.

Daarom stel ik voor niet in eerste instantie de plausibiliteit van een bewering als maatstaf te nemen, maar de implicaties ervan. Als iemand bijvoorbeeld beweert dat God tot hem of haar spreekt, dan kan dat wel of niet waar zijn. Behalve voor die persoon zelf, maakt dat verder niet zoveel uit voor mij of ieder ander. Maar als die persoon stelt dat God geboden heeft dat iedereen zich voortaan alleen te voet mag verplaatsen, en dat het gebruik van elk ander vervoersmiddel streng verboden is, dan heeft dat zeer verstrekkende implicaties. Dan mag – en moet zelfs – extreem sterk bewijs verlangd worden.

Hetzelfde geldt voor therapieën. Als gezegd wordt dat bijvoorbeeld de inname van knoflook de duur en intensiteit van verkoudheid bekort, dan volstaat wat mij betreft anekdotisch bewijs. Aanvullend wetenschap onderzoek zou welkom zijn, maar ik zou geen hele hoge eisen stellen aan de kwaliteit van die studie. Maar als wordt gezegd wordt dat de inname van knoflook een bepaalde agressieve vorm van kanker kan genezen, dan heeft dat verstrekkende implicaties, en mag dus buitengewoon bewijs verlangd worden.

donderdag 2 januari 2020

Buiten De Gebaande Paden Dansen


"If the change of state from the present state takes place in a strongly preferred direction then you are in a pattern, on a road, along a track, etc."
- Edward de Bono's Textbook of Wisdom #26

Het is erg moeilijk om uit een stramien van geijkte moves te breken. Ik bemerk een drempel:
1. In mezelf (als lead)
2. In de follow

(De lead is degene die de dans leidt, de follow is degene die volgt. Traditioneel is de man de lead en de vrouw de follow, maar er lijkt de laatste jaren een trend te zijn dat deze rolverdeling steeds minder strikt aan geslacht gebonden is, vooral in de zouk is dat het geval).

Ad 1: Voor mijzelf is het een exploratie-exploitatie uitruil; uit zorg dat de follow de dans niet leuk vindt, kies ik voor moves die ik goed beheers, waarvan ik weet dat die wel goed zullen gaan (exploitatie van het bekende). Exploratie van onbekende moves voelt riskanter.

Ad 2: De drempel bij de follow kan verschillende oorzaken hebben, ik ben daar nog niet helemaal uit. Ik denk in ieder geval aan “anticiperend volgen”, de basis niet goed op orde hebben (slordig voetenwerk). Daarbij is het duidelijk dat lang niet elke follow even astute is.

Maar waarom zou je überhaupt uit het stramien van geijkte moves willen breken?
Omdat dansen in essentie een creatief proces is. Je zit in het leven van alle dag vaak al in zo’n keurslijf. Er is behoefte aan spel, exploratie, avontuur en de teugels laten vieren.

Als je je beperkt tot een select aantal moves, laat je grote delen van de choreoscape (= de verzameling van alle mogelijke moves in een dans) onbenut en onontdekt. Toegegeven, sommige moves in de choreoscape zijn biomechanisch ongunstiger, of zijn voor de hersenen coördinatief lastiger aan te sturen. Maar veel mogelijke moves zijn eigenlijk best goed te doen, zoals de inverted circulare in de zouk, of de Cross Body Lead (eigenlijk een salsamove) in de Bachata. Maar we zijn het gewoon niet gewend, daarom gaat het vaak niet lekker als je die moves toch gaat doen.

De spirit van een dans is niet gebonden aan een specifieke set van moves. Dus je kunt best moves uit bijvoorbeeld de salsa in de bachata incorporeren en vice versa, zonder daarbij de spirit van die dansen geweld aan te doen. Je repertoire is daarmee enorm verrijkt.

Onderstaande video geeft een indruk van hoe het eruit ziet als je moves uit de ene dans in de andere dans toepast:






Maar hoe pak je dat als lead aan? Hoe werk je naar het buiten de gebaande paden dansen toe?
Bedenk: je leidt zowel jezelf als de follow uit de comfortzone. Noodzakelijke voorwaarden daarvoor:
1. Gronding
2. Centrering
3. Connectie

Ad 1: Dit begint bij het voetenwerk, dit moet bij beide partners onberispelijk zijn, anders raak je uit balans.

Ad 2: Hiervoor moeten mentale en emotionele rust gewaarborgd worden.

Ad 3: Op fysiek vlak is een goed frame noodzakelijk. Op sociaal-emotioneel vlak is wederzijds vertrouwen nodig.

Concreet kun je het als volgt aanpakken:
Dans een tijd in de basis – echt alleen in de basis, geen andere moves. Varieer in richting: ga in de zouk en salsa bijvoorbeeld niet alleen naar voor en naar achteren, ga in de bachata niet alleen zijwaarts, maar stap alle kanten op. Uiteraard moet je eigen voetenwerk helemaal op orde zijn, maar als je merkt dat er bij de follow daar wat aan schort, dan kun je helpen door nonverbaal te accentueren met subtiele bewegingen; je kunt bijvoorbeeld de tap in de bachata wat meer accentueren, of je verplaatst iets nadrukkelijker je gewicht tijdens de passen. Maar houd dit subtiel, anders breng je de follow uit balans, of breng je haar/hem in de war.

In bijvoorbeeld de bachata kun je het als volgt doen:
1. Dans de basis in de gebruikelijke richting (zijwaarts).
2. Blijf de basispas doen, maar varieer in richtingen, wees hierin creatief.
3. Dans nu de basis op de plaats.
4. Als je voelt dat zowel jij als de follow er klaar voor zijn, doe dan het volgende:




(Voor info over hoe deze notatie te lezen, zie Danspassen onthouden met FootScript.)

Feitelijk is dat de basis zoals die in de salsa gedaan wordt (alleen tap je nu op t4 en 8).
Van daaruit is het makkelijk om typische salsamoves te doen, zoals bijvoorbeeld de Cross Body Lead.

Tot slot suggesties voor het verbeteren van je eigen voetenwerk: 
Het is een goed idee om veel thuis solo te oefenen. Zet muziek aan en experimenteer met alle mogelijke variaties van de basispas.
Een goede oefening is bijvoorbeeld de afwas doen en ondertussen de basis van een dans op de plaats te doen, hierdoor ontwikkel je het vermogen om je bovenlichaam en benen onafhankelijk van elkaar te bewegen. 

Een andere goede oefening is touwtjespringen. Het versterkt je gevoel voor ritme en timing. Dit komt hoofdzakelijk omdat je niet kunt smokkelen; als je iets niet goed doet dan gaat het gewoon meteen verkeerd. Het touw geeft je dus rechtstreekse feedback. Ik merk dat mijn voetenwerk in het dansen veel beter is geworden sinds ik dat veel doe. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, ook boksers doen van oudsher aan touwtjesspringen om hun voetenwerk te verbeteren. 
Een waarschuwing: bouw het wel rustig op, want als je begint met touwtjespringen dan is dat met name voor je pezen een grote extra belasting, zeker omdat je als beginner geneigd bent veel te hoog te springen (gevorderden komen niet meer dan 3-5 cm van de grond). De pezen hebben relatief veel tijd nodig om zich aan te passen. 
Als je met het springtouw aan de slag wil gaan, dan kun je op de Youtubekanalen van Rush AthleticsJump Rope Dudes en Jump 15  uitstekende tutorials vinden. 




dinsdag 31 december 2019

Jahreswechsel Schmerz

Zoals elk jaar roept de jaarwisseling bij vlagen gevoelens van neerslachtigheid bij mij op. Ik noem dat Jahreswechsel Schmerz. 

Daar verbaas ik mezelf altijd over, want per slot van rekening is de jaarwisseling slechts een denkbeeldig iets, het is eigenlijk niet meer dan een idee. Er is op zich niets bijzonders aan het moment dat wij aanduiden als 01 januari 00:00 uur, maar we zijn er enorm veel betekenis aan gaan hechten, alsof er dan een totaal nieuw begin is. 

Maar feitelijk gebeurt er op dat moment niets anders dan:

nieuw jaartal = huidig jaartal + 1

En die som bestaat alleen in onze hoofden en in de door ons geprogrammeerde systemen. Het heeft verder geen enkel bestaan in de fysieke realiteit. 

Ik kan er niet omheen dat Oud en Nieuw met een hele hoop drukte gepaard gaat. Evenmin kan ik mij onttrekken aan de administratieve implicaties van de jaarwisseling. Wel kan ik ervoor kiezen dat ik mij niet al te zeer terneer laat drukken door iets wat eigenlijk niets meer is dan een idee. 

zaterdag 1 december 2018

Fouten Analyse


Dit zijn ideeën die ik heb over het goed omgaan met fouten:

Definitie:
Er is sprake van een fout als dingen anders lopen dan de bedoeling was en als dat tot ongewenste gevolgen heeft geleid.

Het is belangrijk om goed met fouten om te gaan. Dat begint ermee door fouten onder ogen te zien. Alleen dan kun je ervan leren. Daarbij is het ook belangrijk om in te zien dat een fout altijd voortkomt uit een samenloop van meerdere factoren. Fouten moeten niet bestraft worden, maar betrokkenen moeten wel zoveel mogelijk gestimuleerd worden verantwoordelijkheid te nemen. In een klimaat waarin er naar schuldigen gezocht wordt, neigen mensen ertoe hun fouten te proberen te verbergen. Personen bestraffen als er dingen fout gaan, is uiteraard wel op zijn plaats wanneer er sprake is van nalatigheid of zelfs moedwillige sabotage. 

Globale opzet van een foutenanalyse: 

• Wat is er fout gegaan?
• Hoe is dat zo gekomen? (welke samenloop van omstandigheden heeft ertoe geleid dat het fout ging?)
 Hoe werd de fout ontdekt?
 Wat zijn de gevolgen van de fout?
 Hoe ging het oplossen van de problemen die het gevolg van de fout waren?
 Werd de fout ontdekt voor- of nadat de gevolgen intraden?
Antwoord op bovenstaande vragen zijn uitgangspunten voor verbetering van het foutenmanagement:
 Preventie 
 Detectie 
 Herstel

zondag 25 oktober 2015

Psychomotorische Struikelblokken

In zijn boek "Zen en de kunst van het motor onderhoud" (hoofdstuk 26) benoemt Robert Pirsig een aantal psychomotorische struikelblokken:

Slecht gereedschap
Men zegt wel eens: goed gereedschap is het halve werk. En zo is het ook. Je kunt beter goed 2e hands gereedschap hebben dan slecht nieuw.

Slechte werkomgeving
Met name verlichting is belangrijk; je kunt er veel vergissingen mee voorkomen. Je maakt nu eenmaal meer fouten als je het allemaal niet goed kunt zien. Bovendien wordt je sneller moe. Een beetje lichamelijk ongemak is onvermijdelijk, maar het moet niet te gek worden. Zorg daarom voor een prettige lichaamshouding. Let op de temperatuur: als het te koud is dan ga je gehaast werken en als het te warm is dan wordt je woededrempel verlaagt.

Spierongevoeligheid
Hiermee doelt Pirsig op een gebrek aan gevoel voor materialen. Het is het 'fingerspitzengefühl'. Je moet gevoel hebben voor de elasticiteit van materialen, maar ook voor de weekheid ervan. Oppervlakken kunnen weinig hebben. Hou hier rekening mee als je met precisie onderdelen werkt. gebruik in zulke gevallen gereedschappen van een zachter materiaal.

Er zijn ook struikelblokken die meer betrekking hebben op de perceptie en het denken:

Eigendunk
Hierdoor wordt je minder (zelf-) kritisch; je ziet nieuwe feiten niet. Je hebt een ego te verdedigen en een zelfbeeld te beschermen. Je geeft niet graag toe dat je het bij het verkeerde eind hebt. Wat helpt is om jezelf eraan te herinneren dat je echt niet minderwaardig wordt als je een fout maakt. Iedereen maakt wel eens fouten. Daarbij bieden fouten je juist de mogelijkheid te leren.

Angst
Bang zijn om fouten te maken komt door een combinatie van een te grote motivatie en zelfonderschatting. Goede remedie: schrijf in een dagboek over je angst.

Verveling
Als je je gaat vervelen, dan moet je even wat anders gaan doen. ga film kijken, slapen of een kop koffie drinken.

Ongeduld
Dit is een gevolg van een te optimistische inschatting van de benodigde tijd. Houd de wet van Hofstadter in gedachten: "alles duurt langer dan je denkt, zelfs als je rekening houdt met de wet van Hofstadter". Daarnaast hecht je misschien teveel belang aan je takenpakket; je hebt het gevoel dat je erg veel te doen hebt en daarom wil je de dingen zo snel mogelijk af hebben. Misschien niet zo'n heel aangenaam advies, maar bedenk dat je op een dag zult sterven. Jij kunt dan niet langer alle dingen doen waarvan je vindt dat je die moet doen. En toch zal ook zonder jou de wereld gewoon blijven doordraaien. 'Memento mori' (gedenk te sterven). Dat helpt je te relativeren.  


Als je bij het uitvoeren van je werkzaamheden merkt dat dingen niet lekker lopen, kun je het overzicht van bovenstaande struikelblokken gebruiken om na te gaan waar dat aan kan liggen en wat je er aan kunt doen.




vrijdag 22 augustus 2014

Hoe leren mensen een nieuwe vaardigheid?

In het artikel “Recept voor een goede (praktijk)les” besprak ik een stappenplan dat je kunt gebruiken als je vaardigheden wilt onderwijzen. In dit artikel wil ik meer ingaan op de processen die een leerling doormaakt wanneer hij iets nieuws leert. 

Ik heb het artikel in de eerste plaats geschreven voor mensen die zich (al dan niet professioneel) met lesgeven bezig houden. Maar ook als je zelf een nieuwe vaardigheid aan het leren bent is het interessant. Zo hebben de inzichten die hier besproken zullen worden mij persoonlijk goed geholpen om meer geduld met mezelf te hebben als ik iets onder de knie probeerde te krijgen en het voor mijn gevoel niet snel genoeg ging. Dat kwam omdat ik beter begreep welke processen ik tijdens het leren doormaakte.

donderdag 7 augustus 2014

Definitie van Leren

Wat is een goede definitie van leren?

Misschien dit:

Leren is het op geleide van teruggemelde resultaten de handelswijze structureel verbeteren.

Als ik er zo over nadenk dan geldt dit voor alle lerende systemen: van een bedrijf dat producten en diensten verbetert tot een individu dat een nieuwe vaardigheid leert.

De definitie kan worden toegelicht met behulp van de uitdrukking:

"Een ezel stoot zich in 't gemeen, geen tweemaal aan dezelfde steen."

Tijdens het lopen (handelswijze) stoot de ezel zich aan een steen (resultaat). Dit doet pijn (terugmelding), de ezel registreert en onthoudt deze pijnlijke ervaring en ontwijkt de steen in het vervolg (structureel verbeterde handelswijze).

dinsdag 15 juli 2014

Recept voor een goede (praktijk)les

"Geef een mens een vis en hij heeft eten voor één dag. Leer een mens vissen en hij heeft eten voor zijn hele leven." (Chinees spreekwoord)

Stel, je wilt iemand leren hoe je iets doet. Hoe pak je dat aan?
Misschien ben je een enthousiast danser en wil je een ander leren dansen. Of je moet een nieuwe collega leren hoe bepaalde werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Het kan zijn dat je trainer bij een sportclub bent en specifieke vaardigheden van de spelers wilt verbeteren. Of je wilt ouderen met computers leren omgaan.

Deze voorbeelden zijn heel divers, maar wat ze gemeen hebben is dat degene die iets gaat leren – een leerling – simpel gezegd aanvankelijk iets nog niet kan/weet. Het uiteindelijke doel is dat hij datgene wel kan/weet. Om daar te komen moet hij een leerproces doorlopen. Het is aan jou als instructeur om het leerproces voorspoedig te laten voorlopen.




Ongeacht van wat je je leerlingen wilt leren, om tot een goede les te komen moet je systematisch volgens een stappenplan te werk gaan. Een goede voorbereiding is hierbij het halve werk. In dit artikel geef ik je een stappenplan dat je kunt gebruiken om tot een goede praktijkles te komen. Ik heb het hier over 'praktijkles', omdat dit artikel is toegespitst op het onderwijzen van vaardigheden.


maandag 26 mei 2014

Variatie aanbrengen in het dansen

In de spannende roman “De Judas Documenten” van Rainer M. Schröder, raakt één van de hoofdpersonen in een zwaardgevecht met een vampier verwikkeld. Tijdens het gevecht herinnert de hoofdpersoon zich dat zijn scherm-instructeur ooit zei dat de meeste vechters zich beperken tot een paar manoeuvres die zij zeer goed beheersen. Als je er achter komt welke manoeuvres steeds terugkomen, dan kun je je tactiek daarop afstemmen.

Ik zie dat ook bij het dansen. Veel dansers beperken zich tot slechts een klein aantal dansmoves. Als je goed oplet, zie je dat zelfs zeer bedreven dansers vaak een relatief beperkt repertoire aan moves gebruiken. Het komt voort uit de menselijke neiging zich volgens gewoontepatronen te bewegen. Om maar eens wat beeldspraak te gebruiken: je kiest eerder voor de bekende snelweg dan voor een onbekend zandpad.

Je kunt dit ondervangen door heel bewust variatie aan te brengen. Ikzelf houd al langere tijd een notitieboek bij waarin ik dansmoves noteer (daarbij maak ik veel gebruik van FootScript). Van tijd tot tijd lees ik die notities terug om de 'vergeten' moves weer in herinnering te brengen. Ook is het goed om geregeld naar dansvideo's op bijvoorbeeld YouTube te kijken. Wees daarbij niet afkerig van eenvoudige figuren, want die kunnen hele verrassende variaties zijn waar je zelf nooit op zou zijn gekomen. Durf te experimenteren op de dansvloer!

zondag 18 mei 2014

Onvoorspelbaarheid

In deze snel veranderende wereld zijn beheersbaarheid en voorspelbaarheid een illusie. Je kunt gewoon niet alle eventualiteiten incalculeren. Ook al analyseer je alles nog zo grondig en bereken je alle risico's nog zo zorgvuldig, er zullen altijd wel dingen gebeuren die je totaal niet zag aankomen.

Hoewel die onvoorspelbaarheid ons soms bijzonder onaangename verrassingen kan bezorgen, kan het ook onverwachte kansen bieden. Het te boven kunnen komen van tegenslagen – en het kunnen benutten van onverwachte kansen – is een kunst. En net als de onvoorspelbaarheid zelf, heeft ook de kunst om er mee om te gaan iets ongrijpbaars. Er is geen vastomlijnde methode voor, het lijkt meer een kwestie van mindset te zijn.

Omdat ik het zo'n belangrijk onderwerp vind, zal ik er op dit blog vaker op terugkomen. Alle posts die hier over gaan zullen gelabeld worden als “veerkracht”.

Veerkracht verwijst naar het metafoor van de rietstengel in de storm. De rietstengel buigt mee met de wind en zal daardoor niet breken. Hoewel het vermogen met onvoorspelbaarheid om te gaan meer is dan alleen maar meebuigen, kies ik er toch voor om het met "veerkracht" aan te duiden.

zaterdag 8 februari 2014

Danspassen onthouden met FootScript

Je kunt danspassen in woorden beschrijven, bijvoorbeeld: "doe op tel 1 met links een stap naar voren, maak op 2 met rechts een pas op de plaats, en doe op tel 3 met links een stap naar achteren, etc." Deze verbale instructies zijn echter heel lastig te volgen. En dan zijn dit nog vrij eenvoudige instructies, kun je nagaan hoe moeilijk het wordt als het om complexer voetenwerk gaat. Het is daarom veel handiger om een visueel notatiesysteem te hebben waarmee je danspassen weergeeft. Een veelgebruikte manier hiervoor is het tekenen van voetafdrukken zoals je hieronder ziet:



Deze relatief natuurgetrouwe voetafdrukken zijn echter vrij bewerkelijk om te tekenen, zeker als je ondertussen aan het uitvogelen bent hoe de danspassen in een dansmove ook al weer gaan.

Ik vroeg me af of ik de voetafdrukken niet verder kon vereenvoudigen. Ik bedacht me dat de vereenvoudigde symbolen in ieder geval aan de volgende twee eisen moeten voldoen:

zaterdag 1 februari 2014

De toekomst van het boek

Filosoof Bas Haring merkte gisteren in dagblad Trouw1 op:

"Via boeken kan ik kennis tot mij nemen. Alleen zit de kennis die in mijn hersenen zit, niet in mijn hoofd in de structuur van een boek, maar in de vorm van allerlei fragmentarische gegevens die zich heel dynamisch, steeds weer anders met elkaar verbinden. Het is zeer de vraag of het boek, de lineaire tekst, de meest efficiënte manier is om de kennisstructuur in mijn hoofd te verkrijgen. Ik kan me goed voorstellen dat een veel fragmentarischer manier van kennisoverdracht, die als oppervlakkig wordt gezien, misschien veel efficiënter is. En dan is het misschien wel een teken van vooruitgang als we het fenomeen boeken minder nodig zouden hebben."

Met al die toestanden rond boekenketen Polare zat ik van de week zelf ook over de toekomst van het boek te denken en ik kwam tot ongeveer dezelfde conclusie als Haring. Een boek is geen efficiënte manier om kennis tot je te nemen. Iedere scholier en student die door de studieboeken moet worstelen kan dat beamen. De vraag is: heeft het boek nog toekomst of is het hopeloos achterhaald?


zondag 26 januari 2014

Denkgereedschap

Dr. Edward de Bono vertelt in zijn boek "Leer uzelf denken" het volgende verhaal:

"Een ontdekkingsreiziger komt net terug van een reis naar een onbekend eiland. Hij doet verslag van een rokende vulkaan en een vogel die niet kan vliegen. Dat waren de dingen die zijn aandacht hadden getrokken en meer had hij eigenlijk niet te melden. Omdat men dit een nogal mager verslag vond stuurde men hem terug met de volgende specifieke instructies: 'Kijk naar het noorden en schrijf op wat u ziet, kijk dan naar het oosten en schrijf op wat u ziet en doe het zelfde voor achtereenvolgens het zuiden en het westen.' Dit keer keerde de ontdekkingsreiziger terug met een gedetailleerd verslag."

Uit dit verhaal kunnen we opmaken dat:
  1. Onze aandacht automatisch wordt getrokken door dingen die op de een of andere manier onze belangstelling wekken. Een hele hoop andere zaken ontgaan ons daardoor volkomen. Daardoor hebben we vaak een zeer incompleet beeld van de dingen.
  2. We meer zien als we onze aandacht bewust richten.  
Verder valt op dat de ontdekkingsreiziger zijn aandacht bewust ging richten omdat hij daartoe geïnstrueerd werd. Dat is een heel belangrijk punt: als we onze aandacht bewust willen richten, dan moeten we daartoe geïnstrueerd worden. Die instructies hoeven niet per se van een ander te komen, je kunt ook jezelf instructies geven.

De Bono heeft een verzameling van (zelf)instructies gemaakt waarmee je je aandacht kunt richten. Hij heeft ze DATT genoemd (Direct Attention Thinking Tools). Je kunt ze zien als gereedschappen die je helpen je aandacht te richten op bepaalde aspecten van een kwestie of situatie.

Het zijn er tien: